Wachten…

Wachten… niet ieders grootste hobby en zo ook niet die van mij. Wachten op een groen verkeerslicht, wachten op een bestelling, wachten tot je geholpen wordt of wachten tot ze je eten komen brengen in een restaurant. Vooral die laatste lijkt soms heel lang te duren 😉 In mijn werk heb ik veel geduld, maar als het op mezelf en mijn gezondheid aankomt ben ik op van de zenuwen als ik moet wachten.

Een tijd geleden heb ik een blog geschreven over een Top 5 aan frustraties bij doktersafspraken. Ook daar noemde ik het wachten als een grote frustratie voor mij en vele anderen. Afgelopen week zat ik in het ziekenhuis om een nieuwe Lucrin spuit op te halen en ik hoopte dat even snel te doen. De assistente had eerder die week het herhalingsrecept al naar de apotheek gefaxt en ik hoefde het alleen maar even op te halen. Het was vrijdagmiddag half 5 en de wachtruimte zat bomvol. De teller stond op nummer 156 en ik had nummer 166. Nog tien te gaan. Na een kwartier was er nog niemand anders aan de beurt gekomen terwijl er toch drie apothekersassistenten aan de balie stonden.  Terwijl ik zat te wachten keek ik natuurlijk de wachtruimte rond. Ik hou er van om mensen te kijken. Ik observeer en luister hier en daar mee met een gesprek.  Ja, als mensen niet willen dat je iets hoort moeten ze maar zachter praten of ergens anders een gesprek voeren. Ik kan er niets aan doen dat ik van nature erg nieuwsgierig ben….

Zo zag ik een meisje in een rolstoel. Twee krukken in haar hand en een joggingpak aan. Vermoedelijk net ontslagen na een operatie of iets dergelijks. Ze had een bleek gezicht en de pijn was van haar gezicht af te lezen. Dit is natuurlijk gissen, maar zo zag ze er uit. Haar moeder boog zich af en toe om haar een en fluisterde dat het wel goed zou komen. Ze stonden best een tijdje aan de balie en het meisje legde haar hoofd tegen haar vader aan en sloot haar ogen; klaar om in slaap te vallen. Je merkt dat ik ongemerkt een heleboel invul zonder te weten of het ook echt zo is. Toch intrigeert het mij altijd om mensen bezig te zien en te kijken hoe zij zich gedragen.

Een man komt met zijn bejaarde moeder naast me zitten. Ze komen net van een afspraak bij de behandelend arts van de vrouw. Wat ik begrijp is dat ze moet worden geopereerd. Dit zal gedaan worden door een specialist. De man vraagt zich af waarom de eigen arts dit niet kan doen en waarom er weer iemand anders bijgehaald moet worden. De naam die hij opnoemt van de arts komt bij mij bekend voor. Het is de naam van een collega-arts van mijn eigen arts. Dat betekent automatisch dat het een gynaecologisch probleem is. Ik besef me dat ik wel erg veel hoor van dit gesprek en pak mijn telefoon om een spelletje te doen. Ik kan niet helpen om af en toe even af te dwalen naar het gesprek van de zoon met zijn moeder. De liefde van de man die de zorg van zijn moeder op zich lijkt te nemen. Hij regelt alle afspraken en loopt ook heel kordaat met het recept naar de balie. Daarna lopen ze langs me en de man knikt even naar me en verdwijnt met zijn moeder door de draaideur naar buiten.

Een jonge jongen wordt met nummer 164 naar de balie geroepen. Hij staat aan de balie en aan zijn houding te zien is het een routinebezoek aan de apotheek. Misschien komt hij voor zichzelf of misschien wel voor iemand anders. Hij ziet er jong en fit uit, maar schijn kan bedriegen weet ik als geen ander. Toch gaat hij met een gigantische tas vol medicatie naar huis en ik kan er niets aan doen, maar ik vraag me toch af wat er allemaal in die tas zit en krijg onbedoeld medelijden met die jongen.

Als ik na ruim 35 minuten mijn nummer op het display zie verschijnen, loop ik zelfverzekerd naar de balie. Voor mij is het ook een routinebezoek aan de apotheek. Ik kom een recept ophalen van een middel dat ik ook al veel vaker heb gebruikt, die mijn klachten verlichten maar waar ik ook heel veel bijwerkingen van krijg. Ook ik zie er fit uit en ben redelijk jong. Niets dat doet vermoeden dat ik zonder medicijnen een week gestrekt lig met ondraaglijke pijn. Niets aan mij dat zegt dat ik al veel tegenslagen heb moeten verwerken. Niemand die verwacht dat ik in de bloei van mijn leven in de overgang zit. En niemand die ziet dat er achter de zelfverzekerde houding en de glimlach op mijn gezicht ook regelmatig veel verdriet schuil gaat. In mijn rug voel ik de ogen van alle anderen die ook al een eeuwigheid zitten te wachten. Ik krijg gelukkig gelijk mijn doosje mee en heb bij elkaar nog geen drie minuten aan de balie gestaan. Ik stop het doosje in mijn tas en zeg de medewerkster vriendelijk gedag. Ik knik naar de mensen die net als ik lang zitten te wachten en ook ik loop door de draaideur naar buiten. Ik laat het ziekenhuis achter me met alle mensen die er zitten. Allemaal met hun eigen verhaal en allemaal hun eigen redenen om te blijven vechten. Vechten tegen een ziekte, vechten tegen verdriet of vechten tegen de tijd die in de wachtkamer voorbij lijkt te kruipen.

 

Geef een reactie